Kijk waar ik nu lig...

15-03-2021

“Ja, dat zeg ik ook altijd. Je moet kijken naar wat je hebt gedaan.” Een mooi leven, daar is meneer het helemaal mee eens. “Ik heb in de haven van Amsterdam gewerkt, geweldig! Toen ik daar begon ging ik 30 gulden per week meer verdienen, een enorm bedrag in die tijd.” Zijn vrouw knikt en zet een kopje koffie voor me neer. “Zwart toch? Dat wist ik nog van de vorige keer.” Koffie. Je hebt er in de thuiszorg zelden tijd voor, maar deze kon ik echt niet weigeren.

hun grootste bezit

De koffie geeft mevrouw tijd om over hun leven te vertellen. “Drie dochters, zeven kleinkinderen en acht achterkleinkinderen.” De huiskamer is overladen met foto's. Overal waar ik kijk lacht hun grootste bezit mij toe. “Drie dochters, de zoons kregen we er vanzelf bij. Kijk, dit is ons jongste achterkleinkind, vorig jaar op eerste kerstdag geboren. En dit is ons oudste kleinkind, veertig nu.” De verhalen volgen elkaar in hoog tempo op, over wat ze samen hebben meegemaakt.

veel gedaan

“Toen hij op z'n 55ste met de VUT ging heeft hij met ons oudste kleinkind een rondje Nederland gefietst. Onderweg slapen in een hotel of jeugdherberg. Het leuke van fietsen is dat je onderweg zoveel ziet.” Fietsen, ze hebben het veel gedaan, samen en met de hele familie. “Nederland, België, Frankrijk. We vonden altijd wel een bed om te slapen. En kijk waar ik nu lig...” Thuis, in de huiskamer. Tijdens het luisteren naar hun verhalen heb ik meneer gewassen en schone kleding aan gedaan.

een opvallende gelijkenis

Geen schone sokken? “Nee hoor, die worden niet vies, ik kom toch nergens meer.” Hij zegt het lachend, moet het doen met de herinneringen aan een mooi leven, zijn vrouw die voor hem zorgt én de bezoekjes van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. “Kijk, zij is acht.”  De foto laat een opvallende gelijkenis zien. Van haar heeft hij het bordje met de tekst "Ssst... Ik droom" gekregen. Ik ben klaar en mijn koffie is op. Buiten spring ik op de fiets. Het regent. Nog drie adressen, dan zit mijn dienst erop.

Meer verhalen over Libertas Leiden

Wondverzorging, dat vind ik het leukst

04-05-2021

“Kijk, m'n gordijnen hangen er nog.” Ik ben klaar bij een cliënt en hé, daar staat collega Roos aan de overkant van de straat. Tijd voor een praatje. De zon schijnt, we nemen even tijd voor een korte pauze. “Ik heb tot m'n dertiende in Lage Mors gewoond, in dat huis.” Roos wijst en inderdaad, de gordijnen hangen er nog. Niet lang meer, dan maakt het huis plaats voor een nieuwbouwwoning. Roos woont inmiddels op een andere plek in Leiden en binnenkort verhuist ze naar Katwijk.

Lees verder

Schooljuf, dat was haar droombaan

19-04-2021

Hé Jan, m'n les is nog twee tellen bezig, is het goed als ik je zo terugbel?” Martine is mijn collega bij team Lage Mors én wijkverpleegkundige in opleiding. Ik heb haar een paar keer kort gesproken. Sommige collega's ken ik zelfs alleen van naam. Dat brengt thuiszorg met zich mee, je gaat alleen op pad en draait steeds andere diensten. Collega's zie je even op kantoor voor het begin van de ochtenddienst, soms onderweg of tijdens de online teambespreking. 

Lees verder

Wat ben je laat!

11-04-2021

“Ik ga door, ook al heb ik niet lang meer.” Meneer is ongeneeslijk ziek en fysiek wordt het merkbaar minder. Tussen zijn oren is hij echter nog messscherp en duidelijk in wat hij wil. “Oh, en graag nog een kopje koffie. Met vier schepjes Nescafé, lekker én goed voor de stoelgang.” Even later sta ik buiten, klaar om naar de volgende cliënt te gaan. Geen tijd om na te denken. Een zieke collega, dus mijn route is met twee cliënten en ruim een uur uitgebreid.

Lees verder

Waterballet

06-04-2021

“Mien! Geef Jan effe een plastic zakkie! Voor z'n zadel, anders wordt z'n kont straks nat!” Tweede paasdag, mijn laatste van drie ochtenddiensten. Het regent, hagelt en waait. Maar goed nieuws, het zakje heb ik niet nodig gehad, ik ben droog gebleven. Zaterdag niet. Op mijn eerste adres mocht ik een cliënt helpen met douchen. Bij binnenkomst stond mevrouw al startklaar in de badkamer.

Lees verder

Oh, de melk is op

31-03-2021

“Hé Jan, je moet me echt even helpen, ik weet het niet meer...” Het is even voorbij half acht, meneer heeft zich gewassen en aangekleed. Nu staat hij voor me. Ik kijk: overhemd, broek, schoenen... Hé, zijn bretels ontbreken. Of nee, ze zitten onder zijn overhemd. Duidelijk voorbeeld van de verkeerde volgorde. We doen een paar stappen terug. Overhemd uit, bretels omlaag. En weer vooruit. Overhemd aan én in de broek, bretels omhoog. Zo goed? Nee, zijn trui moet er nog overheen.

Lees verder