Ja, natuurlijk, vriendin!

19-03-2021

“Bedankt vriend, want zo mag ik je toch wel noemen na vandaag?” Met een vragende blik kijkt mevrouw me aan. Een half uurtje eerder zat ze op de rand van haar bed en probeerde zonder mijn hulp op te staan. Niet verstandig, ik zag het uit mijn ooghoeken gebeuren. Ze kwam aarzelend overeind en deed, haar evenwicht verliezend, een paar stappen achterwaarts. Ik zag het gebeuren, maar kon onmogelijk op tijd bij haar zijn. Gelukkig bracht haar nachtkastje redding.

wacht dan even

Het resultaat? Een glas water om, een schoteltje aan diggelen en mevrouw de schrik stevig in haar benen. En ja, ik ook. Het is een lief mens. Stoer, een beetje ondeugend en beginnend dement. Haar man is stapel op haar, en terecht. Aan alles voel je dat ze een mooi leven hebben gedeeld, en nog steeds. Terug op de rand van haar bed leg ik een hand op haar schouder en zeg: wacht dan even, dan help ik je, daar zijn we voor. Ze knikt met de schrik nog in haar ogen.

op haar rug

Even later lopen we hand in hand naar de badkamer. De douche doet wonderen. Ik laat de straal langer op haar rug dan nodig. Lekker he, die warmte?! Ze knikt bevestigend en langzaam krijgt ze weer praatjes. Na het aankleden loopt ze achter haar rollator richting woonkamer. Ik zwaai de deur open en roep TADAAA! Haar man kijkt blij verrast en begeleidt zijn vrouw voorzichtig naar de eettafel. “Ik was bijna gevallen”, hoor ik haar fluisteren. Mijn antwoord op haar vraag? Ja, natuurlijk, vriendin!

zo'n klein wijfie

Met een zonnetje plus tegenwind fiets ik even later naar het volgende adres. Een man alleen, een Feijenoordsupporter. “Maar ik ben vroeger ook wel in De Meer geweest hoor. Eerst de wedstrijd en dan een biertje halen aan de overkant.” We halen herinneringen op aan een mooi stadion en ik trek zijn rechter steunkous aan, met moeite. De man volgt het schouwspel nauwlettend en zegt “vorige week was er zo'n klein wijfie, die had ze zo aan.” Dat laat ik bij de linker kous natuurlijk niet op me zitten :-)

Meer verhalen over Libertas Leiden

Wondverzorging, dat vind ik het leukst

04-05-2021

“Kijk, m'n gordijnen hangen er nog.” Ik ben klaar bij een cliënt en hé, daar staat collega Roos aan de overkant van de straat. Tijd voor een praatje. De zon schijnt, we nemen even tijd voor een korte pauze. “Ik heb tot m'n dertiende in Lage Mors gewoond, in dat huis.” Roos wijst en inderdaad, de gordijnen hangen er nog. Niet lang meer, dan maakt het huis plaats voor een nieuwbouwwoning. Roos woont inmiddels op een andere plek in Leiden en binnenkort verhuist ze naar Katwijk.

Lees verder

Schooljuf, dat was haar droombaan

19-04-2021

Hé Jan, m'n les is nog twee tellen bezig, is het goed als ik je zo terugbel?” Martine is mijn collega bij team Lage Mors én wijkverpleegkundige in opleiding. Ik heb haar een paar keer kort gesproken. Sommige collega's ken ik zelfs alleen van naam. Dat brengt thuiszorg met zich mee, je gaat alleen op pad en draait steeds andere diensten. Collega's zie je even op kantoor voor het begin van de ochtenddienst, soms onderweg of tijdens de online teambespreking. 

Lees verder

Wat ben je laat!

11-04-2021

“Ik ga door, ook al heb ik niet lang meer.” Meneer is ongeneeslijk ziek en fysiek wordt het merkbaar minder. Tussen zijn oren is hij echter nog messscherp en duidelijk in wat hij wil. “Oh, en graag nog een kopje koffie. Met vier schepjes Nescafé, lekker én goed voor de stoelgang.” Even later sta ik buiten, klaar om naar de volgende cliënt te gaan. Geen tijd om na te denken. Een zieke collega, dus mijn route is met twee cliënten en ruim een uur uitgebreid.

Lees verder

Waterballet

06-04-2021

“Mien! Geef Jan effe een plastic zakkie! Voor z'n zadel, anders wordt z'n kont straks nat!” Tweede paasdag, mijn laatste van drie ochtenddiensten. Het regent, hagelt en waait. Maar goed nieuws, het zakje heb ik niet nodig gehad, ik ben droog gebleven. Zaterdag niet. Op mijn eerste adres mocht ik een cliënt helpen met douchen. Bij binnenkomst stond mevrouw al startklaar in de badkamer.

Lees verder

Oh, de melk is op

31-03-2021

“Hé Jan, je moet me echt even helpen, ik weet het niet meer...” Het is even voorbij half acht, meneer heeft zich gewassen en aangekleed. Nu staat hij voor me. Ik kijk: overhemd, broek, schoenen... Hé, zijn bretels ontbreken. Of nee, ze zitten onder zijn overhemd. Duidelijk voorbeeld van de verkeerde volgorde. We doen een paar stappen terug. Overhemd uit, bretels omlaag. En weer vooruit. Overhemd aan én in de broek, bretels omhoog. Zo goed? Nee, zijn trui moet er nog overheen.

Lees verder