Hé, zijn baard is weg

24-02-2021

“Hoe heb je je eigenlijk in leven gehouden op dat booreiland?” Tijdens mijn vorige avonddienst keken twee vrouwelijke bewoners zoals elke avond naar Goede tijden Slechte Tijden. De vraag werd Ludo gesteld door Janine. Toen had Ludo een volle baard en gisteravond was ie compleet verdwenen. Mijn uitroep - hé, zijn baard is weg - deed de dames verbaasd opkijken. Baard? Ze hadden geen idee. Ze kijken iedere avond en zijn de vorige aflevering totaal vergeten. Toch hebben de bewoners herinneringen.

ik wist het meteen

Herinneringen, ook aan wat er recent is gebeurd. Ongestructureerd, je ziet het in hun ogen. Verdriet. Zonder precies te weten waarvan of waarom. Ervaren collega's herkennen die momenten. Zoals gisteravond Liesbeth. Zij werkte 25 jaar in de bloemen en maakte vier jaar geleden de overstap naar de zorg. “PG, mensen met dementie, ik wist het meteen. Hier krijg je de tijd om er echt voor mensen te zijn. Het voelt als een groot gezin, warm.” Haar man werkt in de daklozenopvang, maakte op hetzelfde moment de overstap.

bij vlagen wel

“Dat zou ik niet kunnen, daklozenopvang. Het is meer eenrichtingverkeer. Hier krijg ik de warmte van bewoners terug. Een dankbare blik, herkenning, een lach. En soms opeens een verloren blik. Machteloos, niet in staat om het 'plaatje' helder te krijgen. Zoals die mevrouw. Dan denkt ze waarschijnlijk aan haar dochter. Die is vorige maand plotseling overleden. Het besef heeft ze niet, het verdrietige gevoel bij vlagen wel. Dan is het fijn om er even voor haar te zijn.”

ik ga ze missen

“De bloemen? Nee, ik mis het niet. Geen spijt. Ja, misschien spijt dat ik de overstap niet eerder heb gemaakt.” Mooi Liesbeth. Zo heeft iedere collega op de psychogeriatrische afdeling een eigen verhaal. Collega's en bewoners, ik ga ze missen. Nog twee diensten op de afdeling PG van woonzorgcentrum Rijn en Vliet, dan ga ik terug naar de thuiszorg. Op de fiets, van adres naar adres. In een voor mij nieuw deel van Leiden, met andere clienten en collega's. Ik ben benieuwd en voel me een bevoorrecht mens.

Meer verhalen over Libertas Leiden

Wat ben je laat!

11-04-2021

“Ik ga door, ook al heb ik niet lang meer.” Meneer is ongeneeslijk ziek en fysiek wordt het merkbaar minder. Tussen zijn oren is hij echter nog messscherp en duidelijk in wat hij wil. “Oh, en graag nog een kopje koffie. Met vier schepjes Nescafé, lekker én goed voor de stoelgang.” Even later sta ik buiten, klaar om naar de volgende cliënt te gaan. Geen tijd om na te denken. Een zieke collega, dus mijn route is met twee cliënten en ruim een uur uitgebreid.

Lees verder

Waterballet

06-04-2021

“Mien! Geef Jan effe een plastic zakkie! Voor z'n zadel, anders wordt z'n kont straks nat!” Tweede paasdag, mijn laatste van drie ochtenddiensten. Het regent, hagelt en waait. Maar goed nieuws, het zakje heb ik niet nodig gehad, ik ben droog gebleven. Zaterdag niet. Op mijn eerste adres mocht ik een cliënt helpen met douchen. Bij binnenkomst stond mevrouw al startklaar in de badkamer.

Lees verder

Oh, de melk is op

31-03-2021

“Hé Jan, je moet me echt even helpen, ik weet het niet meer...” Het is even voorbij half acht, meneer heeft zich gewassen en aangekleed. Nu staat hij voor me. Ik kijk: overhemd, broek, schoenen... Hé, zijn bretels ontbreken. Of nee, ze zitten onder zijn overhemd. Duidelijk voorbeeld van de verkeerde volgorde. We doen een paar stappen terug. Overhemd uit, bretels omlaag. En weer vooruit. Overhemd aan én in de broek, bretels omhoog. Zo goed? Nee, zijn trui moet er nog overheen.

Lees verder

Hoe heet nou toch die zanger...

22-03-2021

“Ik werkte op kantoor, bij een rederij. We mochten, als bedrijfsuitje, meevaren met een schip dat uit Zuid-Amerika kwam en van Rotterdam naar Hamburg ging. Zo heb ik mijn man ontmoet, hij was stuurman op dat schip. In Hamburg wilde hij ons niet alleen de stad in laten gaan. Te gevaarlijk voor vrouwen alleen. Hij ging mee en zo is het gekomen.” Ze lacht bij de herinnering. “Kijk, dat is 'm.”

Lees verder

Ja, natuurlijk, vriendin!

19-03-2021

“Bedankt vriend, want zo mag ik je toch wel noemen na vandaag?” Met een vragende blik kijkt mevrouw me aan. Een half uurtje eerder zat ze op de rand van haar bed en probeerde zonder mijn hulp op te staan. Niet verstandig, ik zag het uit mijn ooghoeken gebeuren. Ze kwam aarzelend overeind en deed, haar evenwicht verliezend, een paar stappen achterwaarts. Ik zag het gebeuren, maar kon onmogelijk op tijd bij haar zijn. Gelukkig bracht haar nachtkastje redding.

Lees verder